Fenrire Delainy – Deel IV

Mae Govannen, vandaag weer een nieuw deel van het verhaal over Fenrire! Dit is een van de laatste gedeeltes die ik tot nu toe heb geschreven, dus ik moet binnenkort nodig weer verder schrijven… ;-) In dit gedeelte gebeurt iets heel onverwachts… Opmerkingen zijn zoals altijd welkom! Enjoy!

—–

“Fenrire?” vroeg iemand. Er werd aan haar arm getrokken. “Fenrire!” Nog slaperig trok ze haar arm los en draaide zich om. Degene die haar probeerde wakker te maken zuchtte. “Het spijt me dat ik dit moet doen, maar anders wordt je niet wakker.” Plotseling voelde ze iets kouds en nats op haar hoofd vallen. Ze sprong overeind. “Wat doe je?” riep ze en keek om zich heen. Daar stond Derryl haar grijnzend aan te kijken. Ze sprong op hem af. “Waarom deed je dat?” riep ze terwijl ze hem sloeg. Ze raakte hem in zijn gezicht. Hij grijnsde nog steeds. Ze haalde nog een keer uit, deze keer richtte ze op zijn buik. “Geef antwoord!” toen ze hem raakte grimaste hij, maar hij klapte niet dubbel zoals had gemoeten.   

“Wil je de volgende keer eerst vragen wat er is en daarna pas slaan?” vroeg hij terwijl hij over zijn buik wreef. “Er staan daar wat mensen naar ons te kijken vanuit de schaduwen. Ze zijn moeilijk te zien, maar ze zijn er wel. Ze staan er al minstens een uur.” Zei hij zacht en knikte naar een plek links van hen. “Ik zou ze hebben aangevallen als ze niet onbewapend waren en niet zo rustig bleven staan. Ken jij ze?”

Fenrire keek vanuit haar ooghoeken in de richting die Derryl aan had gewezen. Eerst zag ze niks, maar toen ze wat beter keek onderscheidde ze de silhouetten van mensen. Toen ze wist waar ze stonden draaide ze zich om zodat ze met haar rug naar hen toe stond en ging oefeningen doen. Derryl keek haar niet-begrijpend aan. “Ik doe net alsof ik niet weet dat ze er zijn.” zei ze zacht, “Dan ga ik zo meteen een stuk rennen langs de rand van de open plek en kan ik ze beter zien.”

Derryl glimlachte toen ze dat zei. Licht, wat was hij mooi. Hij knikte. Toen ze klaar was met haar oefeningen ging ze rennen. Eerst rende ze naar de bosrand aan de andere kant dan waar de mensen stonden, en toen verder langs de bosrand richting hen. Ze keek expres niet het bos in. Toen ze ter hoogte was van de mensen keek ze wel. Van verbazing stond ze meteen stil. Ze had alles verwacht behalve dit. In het bos stonden haar moeder en een paar andere vrouwen uit het dorp. Degenen met de meeste macht die het schuldigste hadden gekeken. “Wat doen jullie hier?” vroeg Fenrire zacht. Haar moeder keek de andere vrouwen aan, en toen Fenrire. Ze zag dat haar moeder roodomrande ogen had, alsof ze had gehuild. “We willen met je praten. Er zijn een paar dingen die je moet weten, voor je ons veroordeeld.” Haar moeder leek nu bijna in huilen uit te barsten. Toen Fenrire knikte kwam ze dichterbij en ging ze verder.

“Je moet allereerst weten dat niet de vrouwen maar de mannen de leiding hebben. We houden het voor de kinderen en voor buitenstaanders verborgen. Dat moet van de mannen. Wanneer je net getrouwd bent wordt het je verteld. Je moet precies doen wat je man zegt dat je moet doen. Als je dat niet doet, wordt je verbannen. Net als zijn moeder.” Ze knikte naar Derryl. “Zijn vader werd gedwongen zelfmoord te plegen door de mannenraad. Als hij het niet zou doen zouden er ergere dingen gebeuren.”

Op dat moment keek Derryl hun kant op en kwam eraan gelopen. “Vertel het hem niet,” waarschuwde haar moeder, “anders weet ik niet wat hij gaat doen. Zijn vader was ook erg… grillig.” Toen Derryl er was vervolgde ze haar verhaal.

“Zoals ik al zei moet elke vrouw doen wat haar man zegt. Alles ik wat bij je verbanning tegen je zei, moest ik van je vader zeggen. We moesten een voorbeeld stellen vond hij. Om andere zogenoemde opstandelingen ervan te weerhouden om ook te gaan.

Vroeger wou ik ook weg, weet je. Ik ben niet weggegaan toen ik kon, omdat ik verliefd was op je vader. We waren nog niet volwassen en ik wist nog niet wat de gevolgen zouden zijn. Ik had je vader in vertrouwen verteld dat ik weg wou. Niet veel later werden we getrouwd. Het was op de dag dat ik volwassen werd. Toen ik had toegestemd in de trouwerij kon ik niet meer terug en werd me verteld dat ik alles zou moeten doen wat je vader me vertelde. Het eerste wat hij tegen me zei was: ‘ik verbied je te vertrekken uit het dorp zonder mijn toestemming.’ Het was alsof hij me mijn vrijheid ontnam.” Ze begon te huilen. Desondanks ging ze door met haar verhaal. “Daarna zei hij dat het was om me te beschermen tegen de gevaren buiten. Hij leek het zelf bijna te geloven.

Elke vrouw wil weg uit Carmuun om die stomme regeling maar we mogen er niet over praten. Omdat ze bang zijn dat onze dochters vluchten als jullie erachter komen, worden jullie zo jong volwassen en worden jullie het liefst op die dag getrouwd. Degenen die niet verliefd zijn, zoals jij, worden normaal gesproken niet  verbannen, maar jij was eigenwijs, wist wat je wou en je was al heel ver met je voorbereidingen om weg te gaan. Daarom besloten de mannen om je te verbannen. En wij mochten het weer opknappen.” Zei haar moeder verbitterd.

“De mannen nemen nooit hun verantwoordelijkheid. Wij moeten altijd het vervelende werk doen. Daarom denken de kinderen dat wij de baas zijn, met als gevolg dat ze naar hun vader gaan met hun geheimen. Waarmee hun vaders weer naar de mannenraad gaan en de kinderen in de problemen raken. Hierdoor houd iedereen op een gegeven moment alles voor zichtzelf en worden we alsmaar geslotener. Maar dat zijn jouw problemen niet meer” zei ze met een klein glimlachje. “Wat zijn jullie plannen? Waar gaan jullie heen?”

spacer

3 comments on “Fenrire Delainy – Deel IV

    1. Laura

      Ik heb al meer, maar ik weet nog niet precies hoe ik het precies wil hebben. Binnenkort zet ik het volgende deel erop!

Leave a reply